NGI-Enabel: samenwerkingsakkoord
Op 15 januari 2025 sloot het NGI een nieuwe samenwerkingsovereenkomst met Enabel, het Belgisch agentschap voor internationale samenwerking. Deze overeenkomst heeft tot doel de geospatiale expertise van het NGI in te zetten ten behoeve van institutionele partnerschappen met overheidsadministraties en publieke autoriteiten in de partnerlanden van Enabel. De deelname van het NGI aan het regionale project Tanganyika Kivu Water Management (TAKIWAMA), dat door de Europese Unie wordt gefinancierd en door Enabel wordt gecoördineerd, kadert binnen deze samenwerking.
Naast dit project biedt de samenwerkingsovereenkomst met Enabel ook perspectieven voor samenwerking in verschillende domeinen van gemeenschappelijk belang, onder meer op het vlak van het in kaart brengen van bosgebieden en beschermde mariene zones en op het gebied van rampenrisicobeperking en de ontwikkeling van opleidings- en institutionele ondersteuningsprogramma’s in verband met geospatiale gegevens.
TAKIWAMA: een internationaal project voor geïntegreerd waterbeheer dat wordt geconfronteerd met lacunes in het geodetisch kader
TAKIWAMA, dat in 2024 van start ging, heeft tot doel het kwantitatieve en kwalitatieve beheer van de watervoorraden in de stroomgebieden van het Tanganyikameer en het Kivumeer duurzaam te verbeteren met de ontwikkeling van een grensoverschrijdend netwerk voor milieu- en klimaatmonitoring in de vijf oeverlanden (Burundi, de Democratische Republiek Congo, Rwanda, Tanzania en Zambia). Met een budget van 14 miljoen euro, beheerd door het consortium Enabel/GIZ, en aangevuld met 1 miljoen euro van het Joint Research Center van de Europese Commissie voor technische en wetenschappelijke ondersteuning, financiert het project de operationele ingebruikname van het monitoringnetwerk, de ondersteuning van nationale laboratoria en de institutionele versterking van de Tanganyika Lake Authority (ALT) en de Lake Kivu and Rusizi River Basin Authority (ABAKIR).
De volledige operationalisering van dit netwerk, dat automatische meteorologische en hydrometrische meetstations omvat, vereist dat de metingen uit de vijf oeverlanden kunnen worden vergeleken en geïntegreerd. Elk van deze landen heeft echter in het verleden zijn eigen hoogtereferentiesysteem ingevoerd, zonder dat er een direct beschikbaar, gemeenschappelijk transformatiekader voorhanden was. Bovendien zijn de passieve geodetische netwerken die deze referenties materialiseerden deels of volledig verdwenen. Deze versnippering ondermijnt de altimetrische homogeniteit van de limnimetrische metingen en de coherentie van de hydrologische en klimatologische modellen op het niveau van de stroomgebieden van het Kivu- en het Tanganyikameer.
In deze context zet het NGI zijn expertise in om het geodetische kader rond het Tanganyikameer te versterken en te harmoniseren. Dat gaat verder dan het louter technische aspect: een robuust geodetisch referentiekader maakt het mogelijk om de fenomenen die het meerbekken beïnvloeden beter te begrijpen en erop te anticiperen, of ze nu ecologisch zijn (overstromingen, oevererosie, schommelingen in het waterpeil van de meren), klimatologisch (veranderende neerslagpatronen) of sociaal‑economisch (veiligheid van oeverbewoners, waterbeheer, visserij en scheepvaart, ruimtelijke ontwikkelingsplanning).
In 2026 zal het NGI een eerste verkennend bezoek brengen aan Burundi om de eerste operationele contacten te leggen met de betrokken nationale overheidsinstanties, ter voorbereiding van de komende operationele fase in samenwerking met de nationale en internationale partners.
Een partnerschap dat de uitstraling van de Belgische expertise vergroot
Naast de directe bijdrage aan het duurzame beheer van de watervoorraden in het stroomgebied biedt dit project ook een strategische kans voor het NGI. Het versterkt zijn institutionele en diplomatieke positie als internationaal erkende Belgische geospatiale speler. Het maakt het ook mogelijk een duurzaam partnernetwerk op te bouwen (nationale cartografische en geodetische tegenhangers, samenwerkingsagentschappen, Europese wetenschappelijke instanties) dat de weg kan vrijmaken voor toekomstige samenwerkingen.
Ten slotte zullen de permanente GNSS‑stations die in het kader van het monitoringnetwerk worden geïnstalleerd, het Afrikaanse en wereldwijde netwerk voor het verfijnen van geodetische referentiekaders (AFREF, ITRF) verder verdichten en zo bijdragen aan een bredere internationale wetenschappelijke inspanning.