Het Nationaal Geografisch Instituut (NGI) is het nationaal cartografisch agentschap van België en staat onder voogdij van de Minister van Defensie.

Het NGI produceert geografische referentiegegevens voor het Belgische grondgebied. Deze gegevens worden in diverse vormen beschikbaar gesteld, waaronder topografische kaarten zowel in analoog als digitaal formaat. Als beheerder van het Belgische geodetische referentiesysteem staat het NGI in voor de beschikbaarheid van geodetische netwerken met een consistente kwaliteit, die het volledige land dekken.

Het NGI speelt ook in op de talrijke uitdagingen van vandaag en morgen. Zo heeft het zijn rol van “geobroker” (makelaar in geografische informatie) en zijn innovatievermogen versterkt, door partnerschappen aan te gaan met relevante actoren uit de publieke en de private sector, evenals met academische en wetenschappelijke instellingen.

Het NGI streeft ernaar een open en betrouwbare partner te zijn, het algemeen belang te dienen en actief bij te dragen aan de duurzame ontwikkeling van de samenleving.

De activiteiten van het NGI en cijfers van de financiële, personeels- en verkoopdiensten kunnen worden geraadpleegd in de jaarlijkse activiteitenverslagen.

Missie en visie

Missie

Het NGI heeft als missie betrouwbare, actuele en duurzame geo-informatie te verstrekken ter ondersteuning van een efficiënte en transparante overheid in een veranderende samenleving.

Als centraal aanspreekpunt voor geografische informatie in België ondersteunt het NGI de federale overheid door het leveren van relevante geo-informatie, waarmee beter onderbouwde beslissingen kunnen worden genomen.

Visie

Het NGI wil evolueren tot de spil van de nationale geografische informatievoorziening in België. In dat kader vervult het instituut een aantal essentiële rollen.

Geobroker op federaal niveau

Hoewel het NGI aanvankelijk enkel kaarten produceerde, heeft het zich de afgelopen jaren duidelijk gepositioneerd als een centale speler in de nationale geografische informatievoorziening, met een versterkte rol als “geobroker”.

Zijn opdracht bestaat uit de volgende taken:

  • De beschikbaarheid voor burger, overheid en private sector van een volledige gebiedsdekkende referentie-informatie van homogene kwaliteit garanderen;
  • De nationale geo-informatie infrastructuur uitbouwen, geënt op de lokale, regionale en federale infrastructuren en ingebed in internationale samenwerkingsverbanden rond geografische informatie;
  • de samenwerking tussen de verschillende bestuursniveaus ondersteunen, aanmoedigen en versterken en de ontbrekende schakels uitbouwen;
  • de federale ambtenaar voorzien van de geografische informatie die hij nodig heeft voor de uitvoering van zijn taken;
  • de federale overheidsinformatie die een geografische component bevat ontsluiten voor de overheid, de private sector en de samenleving;
  • expertise beschikbaar stellen op het gebied van geografische informatie.

Vanuit zijn centrale positie op federaal niveau en dankzij een uitgebreid netwerk van partners, is het NGI in staat om – binnen de grenzen van zijn mogelijkheden – initiatieven te ondersteunen die baat kunnen hebben bij zijn expertise of diensten, waaronder toegang tot beschikbare geodata in België. Het NGI voert ook, op verzoek van derden, werken uit in alle domeinen waarop het actief is.

Het NGI stimuleert actief de integratie van lokale, gewestelijke en federale infrastructuren en bevordert de samenwerking tussen de verschillende bevoegdheidsniveaus, onder meer om de lacunes in kwaliteitsvolle geodata en geoservices in te vullen.

Het NGI is ook de organisator van BeGeo, hét nationale congres met beurs rond geografische informatie. Dit dynamische platform bevordert de uitwisselingen tussen de vele actoren in de sector en levert een actieve bijdrage aan het versterken van kennis en vaardigheden die essentieel zijn om de complexe maatschappelijke uitdagingen aan te gaan en het potentieel van geografische gegevens te benutten.

Bevoorrechte partner van Defensie

Het NGI is al van bij zijn oprichting verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van geodata ten behoeve van Defensie, in het kader van militaire samenwerkingsinitiatieven van de NAVO en Europa. Deze diensten voor Defensie nemen een centrale plaats in binnen de activiteiten van het NGI.

Het partnerschap tussen het NGI en Defensie werd verankerd in een samenwerkingsovereenkomst die op 5 december 2023 werd ondertekend. Een belangrijk element daarin is de erkenning van het NGI als strategische partner en geo-expertisecentrum binnen Defensie. De overeenkomst bevat ook modaliteiten met betrekking tot personeelsmobiliteit tussen beide instellingen via detachering, outplacement, het reservekader of consultancydiensten.

Producent en integrator van geografische referentiegegevens

Het NGI produceert geografische referentiegegevens over het Belgische grondgebied om overheden, bedrijven en burgers te ondersteunen. Zo is er een structurele samenwerking met Infrabel rond spoorinfrastructuur, met Elia voor het hoogspanningsnet, met AAPD en Statbel rond de administratieve grenzen en statistische sectoren en met de gewesten voor de luchtfoto’s om zoveel als mogelijk gegevens uit de grootschalige karteringsinspanningen van de gewesten te kunnen integreren.

Deze gegevens worden in diverse vormen beschikbaar gesteld, waaronder topografische kaarten zowel in analoog als digitaal formaat. Via webservices wordt toegang gegeven tot zo recent mogelijke informatie.

De referentiegegevens worden in tal van domeinen ingezet: in toepassingen voor omgevingsanalyse, als basis voor het ontwerp van openbare infrastructuur, als referentie voor thematische kartering of in apps die door de private sector worden ontwikkeld voor buitensporten of lokaal toerisme. Sommige diensten en data zijn gratis, voor andere wordt een betaling gevraagd, onder meer voor het commercieel hergebruik.

Het NGI is verantwoordelijk voor de uitbouw van de nationale geografische informatie-infrastructuur, die onder meer de garantie moet bieden dat de Europese wetgeving inzake geo-informatie (INSPIRE) correct wordt omgezet op federaal niveau. Deze opdracht houdt in dat het NGI ook verantwoordelijk wordt voor het verspreiden van geografische gegevens die het niet zelf heeft geproduceerd.

Beheerder van het geodetisch referentiesysteem

Als beheerder van het Belgische geodetische referentiesysteem staat het NGI ook in voor de beschikbaarheid van geodetische netwerken met een consistente kwaliteit, die het volledige land dekken.

Het referentiesysteem dient als basis voor alle gebruikers in zowel de privésector als binnen de publieke sector op de verschillende bevoegdheidsniveaus.

Stakeholder in wereldwijde dialogen

Het NGI speelt een sleutelrol in de internationale samenwerking op het gebied van geospatiale informatie. Door zijn actieve betrokkenheid in mondiale en Europese initiatieven, het leiden van strategische werkgroepen en het ondersteunen van projecten in ontwikkelingslanden, levert het NGI een belangrijke bijdrage aan de harmonisatie, standaardisatie en toepassing van geografische data wereldwijd.

Het NGI vertegenwoordigt België onder meer binnen het United Nations Committee of Experts on Global Geospatial Information Management (UN-GGIM), en neemt actief deel aan thematische en regionale comités. Daarnaast is het NGI actief binnen het United Nations Global Geodetic Centre of Excellence (UN-GGCE) en het United Nations Group of Experts on Geographical Names (UN-GEGN). Op Europees niveau is het NGI lid van sectororganisaties zoals EuroGeographics, Euref en EuroSDR.

Waarden, bestuur en organisatiestructuur

Waarden

Het NGI wil een open instituut zijn, het algemeen belang dienen en de duurzame ontwikkeling van de samenleving actief steunen.

Het NGI heeft de waarden respect, engagement, vertrouwen en verantwoordelijkheid als leidend voor de organisatie vastgelegd. Deze waarden worden actief omarmd en vormen de basis van de organisatiecultuur. Het NGI streeft ernaar een werkomgeving te creëren waarin wederzijds respect en vertrouwen centraal staan, en waarin medewerkers, op elk niveau, hun verantwoordelijkheid nemen. Door het engagement van alle medewerkers worden de doelstellingen van de organisatie gerealiseerd.

Ook in de relaties met externe partijen hecht het NGI belang aan deze waarden, met als doel gezamenlijke doelstellingen op een effectieve en constructieve manier te realiseren.

Bestuur

Het NGI is een parastatale van het type B onder de voogdij van de Minister van Defensie.

De dagelijkse leiding en bedrijfsvoering van het NGI zijn in handen van de Administrateur-generaal, mevrouw Ingrid Vanden Berghe. Zij vormt samen met twee Adviseurs-generaal,  de heer Jan De Waele en de heer Eric Bayers, de Algemene Directie van het instituut.

De oprichtingswet van 8 juni 1976 voorziet in een Comité van Beheer verantwoordelijk voor de interne werking en organisatie van het NGI. Dit comité bestaat uit een Voorzitter en 25 leden van verschillende relevante overheidsinstanties, waaronder twee regeringscommissarissen: één aangesteld door de Voogdijminister en één door de Minister van Financiën. De leden van het Comité van Beheer worden benoemd voor een termijn van 4 jaar. De Voorzitter wordt aangesteld voor onbepaalde duur, een bevoegdheid die toekomt aan de Minister van Defensie. Het Comité van Beheer komt minstens één keer per trimester samen.

Organisatiestructuur

In 2024 hervormde het NGI zijn organisatiestructuur om zijn rol als geobroker te versterken en de verspreiding van geografische informatie te vergroten, met als doel bij te dragen aan duurzame ontwikkeling en optimaal ten dienste te staan van zijn partners en de burgers.

Het NGI heeft gekozen voor een cirkelvormige organigram, dat samenwerking, verbondenheid en transparantie centraal stelt. Deze keuze van de algemeen directie weerspiegelt de toewijding van het NGI aan moderniteit, inclusie en innovatie, vergemakkelijkt samenwerking en open communicatie en erkent de waarde van de rol van elke werknemer bij het implementeren van de visie en doelstellingen.

De Algemene Directie staat centraal binnen het organigram en bepaalt de strategische visie en missie van het NGI en staat in voor de algemene beleidsvoering en coördinatie van de organisatie.

De organisatiestructuur van het NGI is opgebouwd uit drie departementen, elk met een eigen specifieke opdracht en expertise:

  • Het departement DATA is de data producer van de referentiegegevens van het NGI. Het departement staat in voor de productie, integratie en publicatie van de referentiegegevens, de geodesie, terreinaanvulling en kwaliteitscontrole, en de productie en publicatie van de geografische en cartografische producten van het Belgisch grondgebied.
  • Het departement SOLUTIONS beheert de relaties met onze partners en klanten en neemt hierbij de rol van data provider op zich, voert opdrachten uit voor publieke partners die bijdragen tot de “geobroker” rol van het NGI, levert advies aan partners en burgers en neemt deel aan R&D activiteiten. Het departement staat ook in voor de technische ondersteuning van alle departementen, door technologische oplossingen aan te bieden en operationeel te ondersteunen, met inbegrip van het beheer van de onderliggende IT infrastructuur.
  • Het departement GOVERNANCE speelt een belangrijke rol in het waarborgen van een duurzaam en efficiënt bestuur binnen de organisatie. Het staat onder meer in voor het personeels- en budgetbeheer, is verantwoordelijk voor het beheer en de begeleiding van veranderingen binnen de organisatie, zorgt voor de strategische communicatie en ondersteunt de internationale samenwerking. Hiernaast ziet het departement toe op het correct naleven van de wet- en regelgeving, verschillende richtlijnen en normen.

Naast deze 3 departementen heeft het NGI een belangrijke groep personeelsleden die als expert bij Defensie aan de slag zijn. Ze worden in de organisatiestructuur als afzonderlijke groep weergegeven.

Historiek

Het Nationaal Geografisch Instituut (NGI), opgericht bij wet van 8 juni 1976, is de erfgenaam van een lange wetenschappelijke en industriële traditie die teruggaat tot de onafhankelijkheid van België. Bij decreet van het Voorlopig Bewind wordt op 26 januari 1831 immers binnen het Commissariaat-generaal van Oorlog een divisie opgericht die de naam DÉPÔT de la GUERRE et de la TOPOGRAPHIE (Krijgs- en Topografisch Depot, KTD) krijgt. Ze krijgt als opdracht ” … de vervaardiging en terbeschikkingstelling van kaarten voor krijgsverrichtingen… ” In werkelijkheid was dit depot niet meer dan een klein kantoortje waar voornamelijk bestaande kaarten werden verzameld.

Op 30 september 1843 concretiseert een koninklijk besluit de opdracht van het Depot. Het wordt belast met de vervaardiging van de OFFICIËLE TOPOGRAFISCHE KAART van het Koninkrijk. Deze datum ligt aan de oorsprong van de wetenschappelijke bestemming van ons NGI. Het moest immers een betrouwbaar geodetisch net uit de grond stampen waarop de toekomstige kaart zou kunnen steunen.

Daarom werd op 9 februari 1846 een commissie opgericht waarin onder andere de astronoom A. QUETELET zetelde, de directeur van de Koninklijke Sterrenwacht. De opdracht van het KTD omvatte immers astronomische metingen die niet alleen positiebepaling, driehoeksmeting en waterpassing mogelijk maakten, maar ook aanverwante activiteiten. Op die manier groeide het KTD uit tot een wetenschappelijke instelling waarvan het activiteitendomein zich uitstrekte tot internationale studies over de vorm en de afmetingen van de aarde.

Onder druk van wetenschappelijke kringen, ministeriële departementen en andere openbare diensten die het KTD de vervaardiging van hun specifieke kaarten toevertrouwden, besliste de regering het meer armslag te geven.

Daarom werd op 30 juni 1878 bij koninklijk besluit het INSTITUT CARTOGRAPHIQUE MILITAIRE (Militair Cartografisch Instituut, MCI) opgericht, een “bijzondere” instelling die rechtstreeks onder de bevoegdheid van de minister van Oorlog viel. Ondanks zijn hoofdzakelijk militaire bestemming, was het MCI belast met een opdracht van nationaal en internationaal belang ; zijn herhaaldelijke deelnames aan nationale en wereldtentoonstellingen illustreren dit.

Na de Tweede Wereldoorlog moest men praktisch van voren af aan beginnen: de meeste geodetische merktekens waren immers vernietigd, verdwenen of twijfelachtig geworden. Meer nog, aangezien de equivalente voorstelling (projectie) van BONNE – die tot dan gebruikt werd voor de vervaardiging van de officiële kaarten (en dus ook voor de zogenaamde “Stafkaart”) – niet erg geschikt was gebleken voor operationele doeleinden, werd prompt beslist ze door een conforme voorstelling te vervangen. De keuze viel op de kegelprojectie van LAMBERT met twee snijdende parallellen. Dit hield een volledig nieuwe methode in voor de realisatie van de grondtekening van de kaart ; men wendde nu immers de fotogrammetrische technieken aan die tijdens de oorlogsjaren zo’n geweldige opgang hadden gemaakt.

Een nieuwe omvorming van het Instituut liet niet lang op zich wachten. Op 5 maart 1947 wordt bij besluit van de Regent het MILITAIR GEOGRAFISCH INSTITUUT (MGI) gesticht, een instelling met dubbele opdracht : militair-industrieel (productie) en wetenschappelijk (permanent onderzoek). Tegelijk voorzag dit besluit ook een organiek civiel kader van ingenieurs die door middel van vergelijkende examens werden aangeworven. Zij moesten zorgen voor continuïteit in de werking van het MGI en aan wetenschappelijk onderzoek doen. Op die manier kon de leiding een werktuig smeden waarvan de faam al snel tot ver over onze grenzen zou reiken. Zo werd het MGI aangezocht om, samen met andere wetenschappelijke instellingen, verkenningen en opmetingen te doen, zowel in België (Dourbes, Humain, Redu …) als in het buitenland (Gove in Australië, Vianden in het groothertogdom Luxemburg, Etna in Sicilië …), zonder zijn deelname aan verschillende zuidpoolexpedities te vergeten.

De wetenschappelijk knowhow van het MGI verspreidt zich snel en wordt ook officieel bevestigd door de wet van 28 september 1967 die het instituut erkent als “Wetenschappelijke instelling van niveau 1 van de Staat”. Omdat de waaier van activiteiten van het MGI steeds breder werd en stilaan de welomschreven behoeften van Landsverdediging oversteeg, werd de instelling eens te meer omgevormd.

Begin jaren ’70 is voor de overheid het moment aangebroken om het Militair Geografisch Instituut te demilitariseren en er een instelling van te maken die ten dienste staat van de Natie.

De wet van 8 juni 1976 richt het NATIONAAL GEOGRAFISCH INSTITUUT (NGI) op, parastatale van het type B onder de voogdij van de minister van Landsverdediging. Zijn opdracht bestaat eruit om, eventueel in verbinding met andere nationale, buitenlandse of internationale organen:

  • de werken uit te voeren die vereist zijn om op het nationale grondgebied de inplanting en het onderhoud van een geodetisch net en van een precisie-waterpassingsnet, de luchtfotografische overdekking alsook de vervaardiging en bijwerking van de basiskaarten te verzekeren.
  • die basiskaarten en de afgeleide kaarten te publiceren.
  • werken, studies en proefnemingen te ondernemen die binnen zijn activiteitendomein van algemeen belang zijn.

In 1983 werd de Organieke Wet van het Nationaal Geografisch Instituut volledig herzien. Men moest immers rekening houden met de nieuwe technologieën die zich intussen in een versneld tempo hadden ontwikkeld en men wou om praktische redenen ook de opdrachten van het Instituut uitbreiden.

Op 22 december 1983 kent het koninklijk besluit nr. 234 het NGI nieuwe opdrachten toe:

  • “een nationaal documentatiecentrum voor de overdekking van het Rijk door luchtfoto’s en satellietbeelden inrichten en beheren”.
  • de theoretische en praktische opleiding verzekeren van het personeel van ministeriële departementen, instellingen van openbaar nut, privé-bedrijven en derde landen in de domeinen die tot de opdracht van het NGI behoren en meewerken aan de opleiding van technici die zijn opgeroepen om opdrachten in derde landen te vervullen.
  • in een nationale gegevensbank de informatie verzamelen en verspreiden om zo de activiteiten te coördineren die openbare en privé-diensten ondernemen in verband met het topografisch en cartografisch beheer van de grond en de ondergrond.

Het NGI – erfgenaam van de wetenschappelijke knowhow van zijn voorgangers – stelt zich dus niet zomaar tevreden met het volgen van de technische ontwikkelingen eigen aan zijn opdrachten. Meer dan ooit ten dienste van de Natie, voert het NGI het devies Fidelissime ad optimum hoog in het vaandel.

Activiteitenverslagen