Statistieken vertellen ons hoeveel. Geografie vertelt ons waar. Geïntegreerd hebben ze een nog grotere impact en helpen ze ons begrijpen wat er gebeurt, waar en waarom het gebeurt, wie achterblijft en waar beleid het grootste verschil kan maken. Deze boodschap stond centraal in de toespraak van Ingrid Vanden Berghe, Administrateur-generaal van het NGI, tijdens het galadiner op 1 oktober dat door het NGI werd georganiseerd ter afsluiting van de High-level dag van het EFGS 2026 “Geo-enabling the Future”.

Het EFGS, dat gezamenlijk werd georganiseerd door Statbel en het NGI, bood talrijke Europese experten uit de statistische en geografische sector, die in Brussel bijeen waren gekomen, de gelegenheid om gedurende drie dagen gezamenlijk na te denken, de stand van zaken in kaart te brengen en samen oplossingen te zoeken voor de vele uitdagingen waarmee we worden geconfronteerd.

alt=""

Of het nu gaat om klimaatverandering, ongelijkheid, verstedelijking, volksgezondheid of voedselzekerheid: al deze uitdagingen hebben een geografische dimensie. Door statistische en geospatiale gegevens te combineren, kunnen kwetsbaarheden beter in kaart worden gebracht, kunnen ontwikkelingen worden gesignaleerd en kunnen beleidsbeslissingen beter worden onderbouwd.

Ook in België krijgt die verbinding steeds meer vorm. De groeiende samenwerking tussen het NGI en Statbel brengt geografische en statistische gegevens samen. Deze kruisbestuiving geeft een scherper beeld van de territoriale realiteiten en onze samenleving en maakt informatie relevanter en beter bruikbaar voor beleidsmakers.

Tijdens de gala-avond reikte Ingrid Vanden Berghe de Lars H. Backer-prijs uit, een onderscheiding voor personen die deze verbinding verder uitbouwen en de sector vooruithelpen.

Eerder op de dag had ze ook de openingstoespraak gehouden van de high level dag, samen met vertegenwoordigers van Statbel, Eurostat en EFGS, en deelgenomen aan een Fireside chat-sessie over “The way forward, the roadmap towards a geo-enabled future ”. Tijdens dit afsluitend gesprek brachten Ingrid Vanden Berghe, Marie Vandresse (Statbel), Jack Hamande (directeur-generaal van het Nationaal Crisiscentrum) en Luc Bas (directeur van het Belgian Climate Risk Assessment Center) de belangrijkste inzichten van de dag samen. Ze bespraken gezamenlijke uitdagingen, nieuwe kansen en prioriteiten om de integratie van statistische en geografische gegevens verder te versterken. De ambitie voor de komende jaren is duidelijk: met geografische en statistische informatie als strategische hefboom beter vooruitkijken, onze veerkracht versterken en gerichter handelen.

Een betere integratie van statistische en geografische gegevens zal het mogelijk maken om de ongelijkheden tussen regio’s, steden, wijken of bevolkingsgroepen beter aan het licht te brengen, die in geaggregeerde statistieken onzichtbaar kunnen blijven. Uit de discussies bleek ook dat de integratie van gegevens niet alleen berust op technologieën en technische vooruitgang. Het vereist een visie, leiderschap, solide bestuur en, bovenal, het vermogen om samen te werken over institutionele en geografische grenzen heen en over de grenzen van competentiesilo’s heen.

Europese prioriteiten voor geospatiale informatie ten dienste van de toekomst

Op 2 oktober stelde Johannes Van Geertsom, Coördinator international van het NGI, het nieuwe werkplan en de prioriteiten van UN-GGIM: Europe tot 2030 voor. Deze strategie bevestigt een essentiële ambitie: de Europese samenwerking versterken om geospatiale informatie beter te benutten ten dienste van een veiligere en duurzamere wereld.

De strategie bouwt enerzijds voort op bestaande werkzaamheden, met name rond de implementatie van de globale raamwerken van UN-GGIM en de Global Geodesy Supply Chain, en introduceert anderzijds ook nieuwe prioriteiten.

Een daarvan, Data in Response to Global Agendas, plaatst geospatiale en statistische gegevens nadrukkelijker centraal als strategische hefboom bij de voorbereiding van toekomstige ontwikkelingsagenda’s, zowel op mondiaal niveau met de ontwikkelingsagenda voor de periode na 2030 als op regionaal niveau, door bij te dragen aan het bepalen van de Europese prioriteiten.

De pre-conferentie: een moment van kennisdeling en uitwisseling als inleiding op het EFGS

Op 30 september vond de pre-conferentie plaats. Vier deskundigen van de Dienst PM Broker van het NGI namen deel aan drie sessies:

  • Rink Kruk presenteerde de uniforme en gedeelde geospatiale capaciteiten voor hulpdiensten.
  • Julien Martineau belichtte de evaluatiemethodologie van de blootstelling aan overstromingen, een project in samenwerking met het CERAC en het Federaal Planbureau.
  • Annie Royen en Floor Van Damme presenteerden twee casestudies die illustreren hoe de federale partners hun geospatiale gegevens delen via geo.be.

De diversiteit van de presentaties op het illustreerden de meerwaarde van geospatiale statistieken, hun brede toepassingsmogelijkheden en de kansen om hun potentieel beter te benutten.

De toekomst van geospatiale statistieken moet gezamenlijk worden vormgegeven. Het is dan ook de verantwoordelijkheid van de overheidsinstellingen om deze kaders in de praktijk tot leven te brengen, door de samenwerking te versterken, expertise te delen, te investeren in interoperabiliteit en stapsgewijs data-infrastructuren op te bouwen die kunnen voldoen aan de behoeften van morgen. In dit kader is de rol van een forum als het EFGS dan ook van cruciaal belang: het brengt mensen samen om ervaringen te delen, in dialoog te gaan en gezamenlijk na te denken over de verdere integratie van statistische en geografische gegevens. Met de mede-organisatie van de editie van 2026 droeg het NGI hier met trots aan bij.