Het NGI vertegenwoordigde België in New York ter gelegenheid van de 16e sessie van de VN- deskundigencommissie inzake het beheer van geospatiale informatie op wereldschaal (United Nations Committee of Experts on Global Geospatial Information management, UN-GGIM). Ingrid Vanden Berghe, Administrateur-generaal van het NGI, nam deel aan een intense week vol uitwisselingen, overleg en internationale samenwerking in het kader van de actuele uitdagingen en de toekomst van het beheer van geospatiale informatie op wereldschaal.

De week ging op 3 en 4 augustus van start met verschillende parallelsessies en officiële bijeenkomsten.

Een eerste hoogtepunt betrof de toekomst van de geodesie en het rapport State of Geodesy 2026. De discussies gingen met name over de beschikbare opties om de internationale governance van de geodesie te versterken en over de noodzaak van een veerkrachtigere en duurzamere wereldwijde geodetische toeleveringsketen (global geodesy supply chain). België benadrukte het belang van de geodesie als basis voor positionering, navigatie, aardobservatie en talrijke essentiële infrastructuren en toepassingen.

Geospatiale informatie voor duurzame ontwikkeling stond ook centraal tijdens een parallelle bijeenkomst op hoog niveau, gemodereerd door Ingrid Vanden Berghe, waaraan onder meer Alexander De Croo, administrator van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP), deelnam. De uitwisselingen maakten duidelijk hoe geospatiale informatie bijdraagt aan de uitvoering van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen, aan klimaatbestendigheid, aan de vermindering van rampenrisico’s, aan stedelijke ontwikkeling en aan datagedreven besluitvorming.

België nam bovendien deel aan de werkzaamheden van het Europese regionale comité UN-GGIM: Europe en aan de achtste plenaire zitting van de high-level group inzake het Geïntegreerd Kader voor Geospatiale Informatie van de VN (UN-Integrated Geospatial Information Framework, UN-IGIF). Als lid van het Internationaal Adviescomité heeft Ingrid Vanden Berghe ook deelgenomen aan de voorbereidende werkzaamheden voor het komende VN Wereldcongres over geospatiale informatie (UN-WGIC), dat van 16 tot 19 november 2026 plaatsvindt in Djedda.

Van 5 tot 7 augustus werden de werkzaamheden vervolgd in het kader van de officiële jaarlijkse sessie van UN-GGIM.

De 16e sessie bracht de lidstaten samen met uiteenlopende betrokken partijen rond de strategische prioriteiten van het globale beheer van geospatiale informatie. De besprekingen hadden met name betrekking op de versterking van nationale capaciteiten, geodesie, duurzame ontwikkeling, beleids- en juridische kaders, opkomende technologieën, geografische namen en de samenwerking tussen verschillende geospatiale gemeenschappen.

België heeft zich uitgesproken over acht agendapunten. Het heeft met name:

  • zijn steun uitgesproken voor de versterking van het mondiale beheer van geospatiale informatie ten dienste van duurzame ontwikkeling, alsook voor de verdere uitvoering van het strategisch kader 2025-2030, de actualisering van het UN-IGIF en het vertaalinitiatief;
  • opgeroepen tot een betere integratie van de expertise van de thematische netwerken in de werkzaamheden van UN-GGIM, door regionale samenwerking, het hergebruik van resultaten en de complementariteit met de bestaande netwerken te bevorderen;
  • de actualisering van alle documenten van het UN-IGIF ondersteund, rekening houdend met concrete ervaringen bij de uitvoering en de noodzaak om de lidstaten direct bruikbare richtsnoeren en tools te bieden;
  • het belang van geodesie benadrukt, door op te roepen tot een versterkte internationale governance, duurzame financiering en een veerkrachtigere geodetische toeleveringsketen, in het kader van een gestructureerd en transparant globaal overleg;
  • gepleit voor een betere integratie van geospatiale informatie in het beleid inzake duurzame ontwikkeling, opdat hiermee rekening zou worden gehouden vanaf de ontwerpfase van het beleid en gedurende de gehele uitvoering, de monitoring en de evaluatie;
  • opgeroepen tot het in kaart brengen van verwijzingen naar geospatiale informatie in de recente internationale kaders;
  • zijn steun uitgesproken voor het versterken van de samenwerking tussen UN-GGIM en de VN-deskundigengroep voor geografische namen, met name wat betreft het delen van goede praktijken en opkomende toepassingen van artificiële intelligentie;
  • zijn waardering uitgesproken voor het werk van de twee operationele mondiale VN-centra voor geospatiale informatie, met name hun activiteiten op het vlak van capaciteitsversterking en technische ondersteuning, evenals de publicatie van het rapport State of Geodesy 2026. Gelijktijdig riep België op tot meer transparantie rond hun governance en riep het de lidstaten op bij te dragen aan hun financiering.

Door deel te nemen aan de jaarlijkse bijeenkomst van UN-GGIM heeft het NGI opnieuw kunnen bijdragen aan het werk van de internationale geospatiale gemeenschap, de Belgische expertise kunnen delen en de uitwisselingen kunnen versterken met instellingen en partners die zich inzetten voor de ontwikkeling van betrouwbare, onderling compatibele en duurzame geospatiale infrastructuren.

Geospatiale informatie ten dienste van actie

Aan het einde van deze week kwamen verschillende kernboodschappen naar voren. Geospatiale informatie moet sterker worden geïntegreerd in het overheidsbeleid, de digitale infrastructuur, investeringen en openbare diensten. Nieuwe technologieën, met name artificiële intelligentie, aardobservatie en digitale tweelingen (digital twins), bieden nieuwe mogelijkheden, maar hun waarde hangt af van de beschikbaarheid van betrouwbare gegevens en het vermogen om deze te integreren in besluitvormingsprocessen.

Uit de discussies bleek ook hoe belangrijk het is om de nationale capaciteiten te versterken en de principes van het UN-IGIF om te zetten in concrete acties die zijn aangepast aan de nationale context. Daarnaast moet de integratie van gegevens en expertise de institutionele en administratieve grenzen overstijgen, met name tussen de statistische, geospatiale, milieu- en risicobeheergemeenschappen.

Ten slotte werd tijdens de discussies nogmaals benadrukt dat bepaalde essentiële infrastructuren grotendeels onzichtbaar blijven: geodesie, normen en geografische namen vormen nochtans onmisbare fundamenten voor talrijke openbare diensten en digitale toepassingen.