De Belgische geodetische merktekens zijn verspreid over het volledige grondgebied. Ze dienen als referentiepunten voor de nauwkeurige bepaling van coördinaten in de nationale cartografische systemen en vormen daarmee de fysieke basis van het geodetisch referentiesysteem van België. Alle informatie met betrekking tot deze merktekens is beschikbaar via de webapplicatie G-DOC.
Soorten geodetische merktekens
Historisch gezien werden de geodetische merktekens onderverdeeld in twee grote categorieën: planimetrische merktekens, gebruikt voor de bepaling van horizontale coördinaten (x, y), en altimetrische merktekens, die als referentie dienen voor hoogtes (z).
Recenter werd een modern netwerk van 3D-merktekens gecreëerd. Deze punten leveren zowel planimetrische als altimetrische informatie, wat een consistenter gebruik mogelijk maakt dat beter is aangepast aan de huidige meettechnieken.
Materialisatie
De geodetische merktekens worden fysiek gemarkeerd door geodetische spijkers (meetnagels), ankers of grenspalen die verankerd zijn in de grond, in stoepen of in gevels van gebouwen.

De letters op de altimetrische merktekens
De Belgische altimetrische merktekens dragen vaak letters die de institutionele geschiedenis van wat vandaag het Nationaal Geografisch Instituut heet, weerspiegelen. Het Depot van Oorlog en Topografie, opgericht op 26 januari 1831 bij decreet van de Voorlopige Regering, ligt aan de oorsprong van de nationale cartografie, al zijn er geen merktekens uit die periode bewaard gebleven. Op 30 juni 1878 werd de instelling omgedoopt tot het Militair Cartografisch Instituut (MCI). De merktekens uit die periode dragen de letters M-C-I, verticaal boven elkaar geplaatst, vergezeld van de letter N (Nivellement) links en de letter W (Waterpassing) rechts. Op 5 maart 1947 werd het Militair Geografisch Instituut (MGI) opgericht, wat opnieuw tot een aanpassing van de merktekens leidde, ditmaal met de letters M-G-I. Ten slotte werd het instituut op 8 juni 1976 het Nationaal Geografisch Instituut (NGI). Deze institutionele evolutie is vandaag nog steeds waarneembaar op de merktekens in het veld.

Wettelijke bescherming
De geodetische merktekens zijn beschermd door de wet van 1927 op het behoud van signalen en merktekens die dienen voor de totstandkoming van de kaart van het land. Artikel 9 van deze wet bepaalt dat het verboden is een geodetisch of topografisch signaal of merkteken te beschadigen, te verplaatsen, te verwijderen of te vernietigen, het uiterlijk ervan te wijzigen of de indicaties of inscripties die erop staan te vervalsen.
Werkzaamheden en verdwijning van een merkteken
Wanneer een geodetisch merkteken verplaatst moet worden in het kader van renovatie-, inrichtings- of sloopwerkzaamheden, verzoeken wij u contact op te nemen met het NGI via gdoc@ngi.be. Het NGI verzet zich niet tegen dergelijke ingrepen, maar wenst wel een nieuw merkteken aan te brengen nabij het oude om een dicht en betrouwbaar geodetisch netwerk te behouden. Het eigenhandig verwijderen of verplaatsen van een merkteken moet in alle omstandigheden vermeden worden, aangezien de positionering ervan door professionals moet worden uitgevoerd om de nauwkeurigheid van het netwerk te garanderen.
Als u vaststelt dat een geodetisch merkteken verdwenen of beschadigd is, verzoeken wij u dit eveneens te melden via gdoc@ngi.be. Er komt dan een team ter plaatse om een vervangend merkteken in de nabijheid te plaatsen. Vervolgens wordt de informatie op de website bijgewerkt zodat de betrouwbaarheid van de beschikbare gegevens gewaarborgd blijft.