De dienst Geodesie van het NGI voert toegepast wetenschappelijk onderzoek uit dat onmisbaar is voor het onderhoud en de verdere ontwikkeling van het Belgische geodetische referentiesysteem. Dat onderzoek situeert zich op diverse domeinen en garandeert dat nationale referenties betrouwbaar, nauwkeurig en toekomstbestendig blijven.

Gravimetrie en hoogtesystemen

De zwaartekracht varieert over het aardoppervlak in functie van de breedtegraad, de hoogte, de onderliggende geologische structuren en de lokale topografie. Een nauwkeurige kennis van dit zwaartekrachtsveld is essentieel voor de definitie van de Belgische geoïde: het virtueel oppervlak dat het gemiddelde zeeniveau representeert en als nulreferentie dient voor alle hoogtemetingen.

De databank van het NGI bevat duizenden gravimetrische waarnemingen. De verwerking van deze gegevens, in combinatie met precisienivellering, maakt het mogelijk om ellipsoïdale GNSS-hoogtes nauwkeurig om te zetten naar officieel erkende fysische hoogtes binnen het Belgische hoogtereferentiesysteem. Een betrouwbaar en actueel geoïdemodel is daarvoor een absolute vereiste.

Aansluiting op maritieme referentieniveaus

De landen die grenzen aan de Noordzee hanteren het oppervlak van het laagste astronomische getij (LAT, Lowest Astronomical Tide) als gemeenschappelijk referentieniveau voor diepten en hoogten in het mariene domein. Het NGI werkt samen met het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust aan een coherente koppeling tussen dit mariene hoogtesysteem en het terrestrische referentiesysteem. Deze koppeling waarborgt de continuïteit en compatibiliteit van hoogte-informatie over het volledige Belgische grondgebied, van binnenland tot kustzone.

Bodembewegingen

De horizontale en verticale bewegingen van de Belgische bodem worden continu geregistreerd en geanalyseerd. Het Actief Geodetisch Netwerk (AGN), een samenwerking tussen verschillende instellingen sinds 2003, omvat ongeveer 85 permanent operationele GNSS-antennes verspreid over het grondgebied. De gemeten horizontale bewegingen stemmen overeen met de drift van de Euraziatische tektonische plaat en komen neer op een verschuiving van zo’n 2,5 cm per jaar in noordoostelijke richting.

Langdurige GNSS-waarnemingen in combinatie met waterpassingsmetingen hebben aangetoond dat significante verticale bodembewegingen optreden in bepaalde zones in België, waaronder voormalige mijngebieden, Linkeroever in Antwerpen en delen van West-Vlaanderen.

In het kader van het LASUGEO-project, uitgevoerd in samenwerking met de Geologische Dienst van België, wordt het netwerk van GNSS-antennes versterkt en uitgerust met reflectoren voor InSAR-satelliettechnologie. Door beide meettechnieken te combineren, kunnen bodembewegingen met een hogere ruimtelijke resolutie en grotere nauwkeurigheid worden waargenomen.

Geavanceerde GNSS-verwerking

De dienst Geodesie van het NGI volgt de methodologische en technologische ontwikkelingen binnen het GNSS-domein op de voet en implementeert deze in haar verwerkingsprocessen. Met behulp van gespecialiseerde wetenschappelijke software, zoals de Bernese GNSS Software, worden geavanceerde verwerkingen uitgevoerd die de nauwkeurigheid, coherentie en stabiliteit van het nationale referentiesysteem ten goede komen. Deze verwerkingen zijn ook de basis voor de bepaling en het onderhoud van de referentiecoördinaten van de permanente GNSS-antennes in België.